Sector
  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw
Leerplankundig thema
  • Schoolbeleid
  • Professionalisering
  • Leerstijlen
  • Betekenisvol leren
  • Onderzoekend en ontwerpend leren

Competitie

18-8-2015
​​​Competitieve leeractiviteiten zijn vooral voor jongens aantrekkelijk en motiverend. Competitie-elementen in de les zijn uitdagend en zorgen ervoor dat jongens actief worden en blijven. Dit werkt vooral goed wanneer er hoge verwachtingen worden gesteld. Het stellen van hoge verwachtingen heeft een positief effect heeft op leerlingen, en vooral op jongens. Afwisseling met andere werkvormen is wel een aandachtspunt: te veel nadruk op competitie kan er voor zorgen dat jongens juist afhaken zodra iets hen niet meteen lukt.

Wat kan de docent doen?Hoe doet de docent dat?
De docent zorgt voor leeractiviteiten waarbij competitie-elementen een rol spelen.Jongens kunnen worden uitgedaagd via wedstrijdelementen en spelvormen. Door jongens in competitie- of spelvorm aan opdrachten te laten werken worden zij actief gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen waardoor zij eerder aan de hoge verwachtingen voldoen. Enkele voorbeelden uit de praktijk:

''Een voorbeeld van een competitie-element in de les is het kolommenspel. Deel vellen uit met twee kolommen: een kolom met genummerde termen en een kolom met definities voorzien van letters. Het is de bedoeling dat leerlingen de inhoud uit de twee kolommen aan elkaar koppelen. Verdeel de leerlingen in twee groepen. Alle materialen gaan van tafel behalve een pen. Leg op elke tafel een vel papier met de bedrukte kant naar beneden en zeg hen het vel pas om te draaien als je “Nu” zegt. De tweetallen koppelen de juiste definities aan de termen. Na enige tijd worden de vellen nagekeken en geïnventariseerd welke groep het beste heeft gepresteerd.'' 

''Bij de staande quiz staan leerlingen met hun ogen dicht. Na het stellen van een vraag moeten zij de vraag ‘beantwoorden’ door een stap naar links te zetten als het antwoord ja is of een stap naar rechts als het antwoord nee is. Degene die de meeste antwoorden goed heeft, is winnaar''.  

Een docent organiseerde een vorm van ‘pictionary’. Zij liet leerlingen bij deze opdracht in groepjes tegen elkaar strijden en verschillende zintuigen combineren: "Je krijgt een kaartje van een stapel, dat moet je voor jezelf houden, geheimhouden voor de anderen. Dan ga je nadenken over: hoe zou ik dit begrip kunnen tekenen? De docent deelt post-its uit met begrippen. We doen er een  wedstrijdje mee. Van ieder tafelgroepje (van vier leerlingen) begint één van jullie met het tekenen van het begrip. De rest van het groepje gaat raden. Degene die tekent mag niet praten, alleen tekenen. Als het goed geraden is – je mag daarbij niet in je boek kijken – begint de volgende met tekenen. Ik wil zien welk groepje het eerste klaar is. Begin maar."
De docent zorgt voor opdrachten met een korte en strakke tijdslimiet, zodat er sprake is van hoog tempo en veel activiteit in de les.De docent hanteert bij opdrachten een strakke tijdslimiet en stelt daarbij hoge verwachtingen, zodat er hoog tempo ontstaat. Enkele voorbeelden van docenten:

"Je krijgt tien minuten om deze vijfentwintig bladzijdes scannend door te lezen en de bijbehorende vier vragen te maken." De docent die deze opdracht gaf aan een eerste klas, zorgde ervoor dat tien minuten ook echt tien minuten waren en kondigde vier minuten voor het einde van deze tijd aan hoeveel tijd leerlingen nog hadden.

"We hebben zes minuten voor de flashcards. De tijd gaat nu in!" Na een tijdje: "Nog een halve minuut…". Even later gaat de wekker… de leerlingen weten dat de tijd voorbij is… het wordt rustig in de les.

Contactpersoon