Sector
  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw
Leerplankundig thema
  • Schoolbeleid
  • Professionalisering
  • Leerstijlen
  • Betekenisvol leren
  • Onderzoekend en ontwerpend leren

Variatie in de les

18-8-2015

​​Jongens hebben over het algemeen meer behoefte aan afwisseling om geconcentreerd en gemotiveerd aan het werk te blijven. De ervaring leert dat een concentratie-spanne van 20 minuten het maximaal haalbare is. Jongens hebben de neiging om over te schakelen naar een rusttoestand, de stopmodus, als ze even geen taak hoeven uit te voeren. Om te voorkomen dat jongens wegzakken is veel variatie in de les van belang. "Jongens willen leven in de brouwerij, een mop, je ziet ze anders afhaken. Je moet de pit erin houden, anders worden ze vervelend (pennen prikken, tikken, rommelen, met hun handen) of ze gaan pitten." Ook een variatie in het aanbieden van de lesstof is belangrijk. Naast tekst is ook visueel materiaal van belang en aansprekend voor jongens.

 
Wat kan de docent doen?Hoe doet de docent dat?
De docent zorgt voor voldoende variatie in werkvormen tijdens de les. De docent organiseert lesactiviteiten van 15-20 minuten en zorgt voor voldoende afwisseling in werkvormen. Enkele voorbeelden van docenten:

"Ik gebruik verschillende werkvormen: filmpjes, wedstrijdjes, bijvoorbeeld vijf minuten de leerstof doorlezen aan de hand van richtpunten. Dan in twee minuten vragen verzinnen, zo origineel mogelijk."

''Laat de leerlingen van de raamkant bijvoorbeeld leerlingen van de muurkant de stof uitleggen en zo nodig omgekeerd. Jongens worden daardoor gestimuleerd uit hun stopmodus te komen.''

"Ik vertel regelmatig een verhaal van zo’n twintig minuten, vraag leerlingen dan aantekeningen te maken in key-words, vervolgens moeten leerlingen hun aantekeningen vergelijken met de buurman en moet iemand (van tevoren weten ze nog niet wie) het terug vertellen. Op die manier houd ik ze actief."

De docent houdt rekening met de aansluiting op activiteiten in voorgaande en volgende lessen en zorgt ervoor dat de spanningsboog over meerdere lessen heen behouden blijft. Een voorbeeld:

"De vorige les gaf ik meer instructie, dus vandaag moeten ze meer zelf doen (ik wissel dat af). Ik probeer de spanningsboog over meerdere lessen te behouden, specifiek voor de jongens. Jongens hebben het nodig om een eerste les van een nieuw thema te worden ‘meegezogen’."

De docent zorgt voor een variatie aan lesmateriaal zodat de leerstof niet alleen in tekst wordt aangeboden maar ook in afbeeldingen, videobeelden of ander visueel materiaal. De docent zorgt voor voldoende beeldmateriaal bij het bespreken van de leerstof. Jongens prefereren vooral visuele stimuli en hebben bij verbale instructie zonder ondersteunende beelden meer moeite om hun aandacht vast te houden. Enkele voorbeelden van hoe docenten beeldende instructie bieden:

"Ik gebruik (grappige) beelden, maak tekeningen op het bord, die ik later in de toets terug zie. Bijvoorbeeld bij een koning die wordt afgezet, teken ik een koning die een schop krijgt."

"Ik zet materialen in en gebruik daarbij veel beeldmateriaal. Ik begeleid ze door de stof door middel van plaatjes via internet."

"Ik laat bij de toelichting van een nieuwe praktische opdracht of een nieuw werkstuk het resultaat van een soortgelijke opdracht van het vorig jaar zien. Dit biedt vooral jongens een houvast."

De docent betrekt de leerlingen actief bij de les door zijn uitleg levendig te houden en op wisselende toonhoogtes te spreken. Vooral jongens 'registreren' de docent beter door deze levendige manieren van lesgeven. Enkele voorbeelden om de les levendig te houden:

"In mijn les gaat het als een golfbeweging, of anders gezegd: ben ik figuurlijk rondjes aan het rennen. Ik vertel mijn verhaal, laat vragen stellen, maak een grapje, ga soms op een leerling in en ga dan weer verder. Meisjes hebben daar eerder genoeg van dan jongens. Zij willen liever dat ik me aan de lijn van mijn verhaal houd."

''Het leek wel theater: de docent bewoog met z’n hele lijf, zijn taal was één en al metafoor en zijn stemgebruik wisselde met de stemming van het moment in kwestie. Hij liet zijn eigen verbazing zien: hij buldert door de klas "Toen waren wij nog groots, en krachtig en sterk.''.

Contactpersoon