Sector
  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw
Leerplankundig thema
  • Schoolbeleid
  • Professionalisering
  • Leerstijlen
  • Betekenisvol leren
  • Onderzoekend en ontwerpend leren

Ruimte voor eigen keuzes

18-8-2015
​​Om aan te kunnen sluiten bij de uiteenlopende interesses van leerlingen is een breed curriculumaanbod gewenst, met ruimte voor eigen keuzes van leerlingen. Zelf kiezen draagt bij aan de motivatie van leerlingen, en versterkt hun gevoel van betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor het leerproces. Vooral jongens zijn erbij gebaat wanneer ze invloed hebben op de les en zij zich mede-eigenaar voelen. Dit vraagt om ruimte voor eigen keuzes in de les en om een breed curriculumaanbod op schoolniveau.

Wat kan de school doen?Hoe doet de school dat?
De docent speelt in de les in op de verschillende interesses van leerlingen door te variëren in onderwerp, activiteit of materiaal. Ook binnen vakken kunnen keuzemogelijkheden worden geboden. De docent streeft ernaar in de les aan te sluiten bij de verschillende interesses van leerlingen door te variëren in het lesmateriaal, en leerlingen keuze te bieden in het onderwerp en de aanpak van de taak en het ein​dproduct dat hij oplevert.
De school zorgt voor een breed curriculumaanbod met keuzevakken die aansluiten bij de interesses en talenten van leerlingen.

 

 

De school heeft een breed aanbod van extra vakken of modules, waar leerlingen keuzes uit kunnen maken naar gelang hun interesses. Denk aan keuzemodules zoals fotografie, lassen, kunst, media, technologie, beleggen, boekhouden, koken, toneel, dans, muziek (bijvoorbeeld een schoolkoor/schoolorkest/schoolband), sport, of techniek. Bij keuzemogelijkheden kiezen jongens over het algemeen vaker voor bèta-onderwerpen, voor concrete, praktische opdrachten in niet-alledaagse vakken (zoals boekhouden en beleggen), en voor activiteiten waarin ze actief aan de slag kunnen, bijvoorbeeld toneelspelen, het organiseren van sporttoernooien en het spelen in een bandje. Meisjes kiezen vaker voor talige onderwerpen.  Maar deze verschillen liggen genuanceerd: er zijn ook leerlingen die andere keuzes maken.
De school zorgt ervoor dat het (keuze)aanbod voldoende uitdaging biedt.De school benut het extra aanbod om meer uitdaging te bieden door de lesstof op een andere wijze aan te bieden. Een vakoverstijgende aanpak, met ruimte voor probleem-georiënteerd leren zorgt voor meer uitdaging en wordt door jongens aantrekkelijk gevonden. De school zorgt in het curriculumaanbod voor mogelijkheden voor leerlingen om specifieke vakken op een hoger niveau af te sluiten. Denk bijvoorbeeld: havisten een vak op vwo-niveau laten afsluiten of een Cambridge-examen voor Engels laten doen.
De school biedt ruimte voor variatie in timing van loopbaanbepalende keuzes in het curriculum.De school zorgt ervoor dat leerlingen loopbaanbepalende keuzes, zoals de sectorkeuze, maken wanneer ze eraan toe zijn. Twee voorbeelden van scholen:
  • een vmbo-t school biedt in aanvang een breed en vooral theoretisch gericht programma, waarin leerlingen keuzes kunnen maken wanneer ze er aan toe zijn. Dat kan vroeg in de opleiding maar mag ook op een later moment.
  • een vmbo -t school biedt de mogelijkheid om keuzes uit te stellen door in de bovenbouw een beroepsgericht intersectoraal programma aan te bieden. Dit is aantrekkelijk voor jongens, omdat ze minder geneigd zijn zich in de onderbouw al goed te oriënteren op een sector en een beroep en minder vaak deelnemen aan zogenoemde ‘beroepen-doe-dagen’.

Contactpersoon