Sector

  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw

Leerplankundig thema

  • Schoolbeleid
  • Professionalisering
  • Leerstijlen
  • Betekenisvol leren
  • Onderzoekend en ontwerpend leren

Omgaan met conflicten

18-8-2015

Het omgaan met conflicten bij of met jongens vraagt om een eigen aanpak. Jongens reageren vaak snel en fysiek als ze zich aangesproken voelen. Op deze leeftijd ervaren jongens het als een bedreiging als zij worden aangesproken op hun gedrag in aanwezigheid van anderen en vooral van hun vrienden. Ook kunnen jongens zich bij conflicten minder goed ontspannen. Het remmen van impulsen is voor jongens lastig, waardoor ze snel boos kunnen worden. Wel is het zo dat ze snel weer afkoelen en zich over een ruzie heen kunnen zetten, dat duurt bij meisjes veel langer.

 
Wat kan de docent doen?Hoe doet de docent dat?
De docent probeert conflicten te voorkomen door rusteloos gedrag binnen redelijke grenzen te accepteren. De docent corrigeert gedrag op een positieve manier en beloont positief gedrag: jongens hebben veel behoefte aan het krijgen van complimenten.

De docent reageert in een vroeg stadium op situaties, nog voordat de situatie escaleert, zodat een conflict wordt voorkomen. De docent laat merken dat hij het gedrag van leerlingen heeft gezien, bijvoorbeeld door even een hand op iemands schouder te leggen, door een vinger voor de mond te houden wanneer iemand praat of fluistert, of door slechts te benoemen wat hij waarneemt zonder er een oordeel aan te koppelen. Op deze manier corrigeert de docent op een positieve,
non-verbale manier. Een docent over het corrigeren van leerlingen:

"Met werk overschrijven demotiveer je leerlingen (nog harder)", "afrekenen betekent demotivatie. Jongens hebben een aai over de bol nodig. Ze doen regelmatig wel wat ze moeten doen, maar dan moet je het wel zien."

Als er een conflict ontstaat, houdt de docent in zijn reactie rekening met de ontwikkeling van jongens. De feedback richt zich op het gedrag, niet op de persoon zelf. De docent benoemt slechts het gedrag waar hij zich aan stoort. De docent spreekt de jongen niet plenair  aan, maar loopt even naar hem toe of neemt hem op een later moment apart. Jongens zijn gevoelig voor kritiek en afwijzing door de groep/klas en door deze gevoeligheid kan een conflict escaleren.

De docent gaat niet in het heetst van de strijd de discussie aan met jongens, maar laat hem eerst afkoelen en komt er op een later moment, op een rustige manier op terug. Als een docent een gedragsverandering eist op het moment dat de woede het hoogst is opgelopen, leidt dit vaak tot extra problemen. Beter is het om opvliegende jongens (en soms ook meisjes) een time out te gunnen. Pas als hij weer tot bedaren is gekomen, kun je hem op zijn gedrag aanspreken. Onderstaand citaat illustreert dit:

"Wanneer een leerling een plenair moment van de docent verstoort, dan kan je op dat moment als docent aangeven dat je dat niet wilt, om er vervolgens later individueel op terug te komen, bijvoorbeeld met de vraag: ‘wat wilde je vertellen?’
Geef jongens directe feedback op ongewenst gedrag.De ervaring van een aantal docenten is dat er bij meisjes vaker iets te bereiken valt met praten, waar het bij jongens beter is om "kort door de bocht" te reageren, in de zin van: "En nu is het uit".

Contactpersoon