Sector
  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw
Leerplankundig thema
  • Schoolbeleid
  • Professionalisering
  • Leerstijlen
  • Betekenisvol leren
  • Onderzoekend en ontwerpend leren

Begeleiding bij het plannen en organiseren

18-8-2015
​​Jongens hebben over het algemeen meer moeite met het plannen en organiseren van schoolwerk. Jongens laten het werk vaak op zijn beloop en zijn moeilijker aan te zetten tot hard werken dan de meisjes. Begeleiding van jongens bij  het indelen van hun werk en het uitvoeren van grotere projecten of opdrachten is belangrijk​.
 
Wat kan de docent doen?Hoe doet de docent dat?
De docent zorgt in samenwerking met de mentor voor een goede begeleiding van leerlingen bij de planning en organisatie van het leerproces. Jongens schatten zichzelf en hun mogelijkheden gewoonlijk te positief in. 'Jongens gaan er vaak vanuit dat het te zijner tijd bij een tentamen of examen wel goed komt'. Meisjes daarentegen onderschatten hun mogelijkheden juist vaker.In lessen en bij het mentoraat helpen docenten en mentoren leerlingen bij het plannen van het schoolwerk. Een voorbeeld van hoe dit op schoolniveau georganiseerd kan worden:

''In de brugklas krijgen leerlingen twee keer per week les in studievaardigheden, daarna minder frequent, maar de lessen lopen door tot het derde leerjaar. In deze lessen leren leerlingen o.a. hoe ze met studiewijzers om kunnen gaan en hoe ze moeten plannen. Er is een commissie studievaardigheden samengesteld, die de lange lijn vanaf de brugklas tot het eindexamen in de gaten houdt. ''

Docenten laten leerlingen zelf weektaken opstellen in overleg of samen met de mentor. Deze 'weekplanners' bevorderen de zelfstandigheid van de leerlingen en dat gaat 'met vallen en opstaan'. Enkele voorbeelden:
'' De taken moeten door leerlingen afgetekend worden op een overzicht bij de docent. Als een weektaak niet wordt afgetekend, moet de leerling extra terugkomen om het werk alsnog af te maken. Bovendien wordt besproken waarom het niet op tijd gelukt is, om eventuele structurele oorzaken vroeg te signaleren.''

''Tijdens de Daltonuren in het eerste en tweede leerjaar gebruiken leerlingen een Daltonagenda waarin ze bijhouden wat ze in de Daltonuren doen, een hulpmiddel om te leren plannen''
De docent controleert de agenda’s van leerlingen.

''Docent A loopt langs, bekijkt de agenda’s en constateert dat de afspraken bij sommigen nog niet in de agenda staan. Een jongen vraagt over welk boek het gaat. Een andere jongen geeft aan dat zijn agenda/planning een rotzooitje is, "maar", zegt hij: "het komt goed!" Docent A knoopt een gesprekje aan over het ‘rotzooitje" .

De docent helpt leerlingen bij het plannen en uitvoeren van grotere opdrachten.De docent biedt leerlingen voldoende overzicht bij het uitvoeren van grotere opdrachten door een overzichtelijke beschrijving van deeltaken met een gestructureerde opbouw. Een stappenplan kan aangereikt worden of door leerlingen zelf gemaakt worden.

De docent helpt leerlingen om de verschillende deeltaken in een groter project te plannen en beloont het halen van de deadline.

Leerlingen hebben ondersteuning nodig bij het plannen. Alleen zeggen ‘dit is de deadline’ is meestal niet voldoende. Heeft de leerling genoeg aan de deadline, dan kan de leerling zelfstandig aan de slag gaan en ziet de docent het eindresultaat op de inleverdatum. Heeft de leerling meer begeleiding nodig, dan geldt optie B: op van tevoren opgegeven data moet hij de voortgang laten zien en de docent kan indien nodig tussentijds bijsturen. Optie C is de strakke variant: de docent stelt met de leerling een plan op met frequente tussentijdse momenten, waarop bepaalde onderdelen afgerond moeten zijn. Honoreer het op tijd inleveren van elke  stap met extra punten via een stappenkaart. Het is goed om jongens regelmatig tussentijdse resultaten te tonen. Winnen met 5-4 is mooi, maar vooral het tussentijdse doelpunten scoren is voor jongens belangrijk.

Contactpersoon