Sector
  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw
Leerplankundig thema
  • Schoolbeleid
  • Professionalisering
  • Leerstijlen
  • Betekenisvol leren
  • Onderzoekend en ontwerpend leren

Schoolbrede visie

18-8-2015

​​Scholen waar jongens goed presteren hanteren geen specifieke aanpak voor jongens. Scholen benaderen leerlingen individueel, en oog voor sekseverschillen is daarbij een vanzelfsprekend aandachtspunt. Belangrijk is dat er schoolbrede afstemming bestaat over de gehanteerde aanpak en dat er een gemeenschappelijk vastgestelde en uitgedragen visie is. Op schoolniveau is het belangrijk dat er een gedeelde visie op omgangsvormen en regels bestaat. Vooral jongens zijn ontvankelijk voor heldere regels en hebben baat bij een eenduidige en gestructureerde aanpak door docenten. Afstemming tussen docenten over de gehanteerde aanpak in de klas is daarom van belang. Verder is persoonlijke begeleiding van jongens belangrijk. Dat vraagt op schoolniveau om een goede zorgstructuur en afstemming tussen docenten over de geboden begeleiding.

 Wat kan de school doen? Hoe doet de school dat?
De school geeft een gemeenschappelijke visie op omgangsvormen en er zijn heldere, uniforme regels.De schoolleiding ruimt tijd in zodat  docenten, mentoren,  zorgcoördinatoren, teamleiders en  andere betrokkenen schoolbrede afspraken (onderwijsinhoudelijk of organisatorisch) kunnen maken. Ook leerlingen worden betrokken bij het opstellen van regels. Zij voelen zich dan meer mede-eigenaar en kunnen er beter op worden gewezen als afspraken niet worden nagekomen.

Bij de aanpak van probleme​n met leerlingen is het belangrijk dat iedereen handelt naar wat gezamenlijk is afgesproken zodat ook voor leerlingen duidelijk is wat de consequenties zijn van bepaald gedrag.  

De school heeft aandacht voor goede zorgstructuur en begeleiding van leerlingen.  Er is daarbij aandacht voor specifieke begeleiding van en zorg voor jongens.  Mentoren spelen een belangrijke rol bij de persoonlijke begeleiding van leerlingen. Daarnaast kan ook een leerlingbegeleidingsteam, waarin naast mentoren ook docenten en soms specialisten opereren, een rol spelen. Ook andere docenten die een specifieke band met een leerling hebben, kunnen wat betekenen. Het is belangrijk dat er in deze zorgstructuur oog is voor specifieke problemen van jongens, zoals onderpresteren, geringe motivatie voor school, of moeilijkheden met het plannen en structureren van hun schoolwerk. Oog hebben voor wat jongens bezighoudt is belangrijk.

 ''De school heeft een leerlingbegeleidingsteam, bestaande uit docenten die daarvoor speciaal geschoold zijn. Zowel mentoren, afdelingsleiders, als medeleerlingen kunnen signaleren dat het met een bepaalde leerling niet goed gaat. Ook docenten bewegingsonderwijs kunnen een rol spelen omdat men daar de leerlingen in een andere, vrijere situatie ziet dan in de klassikale lessen. Goede kennis van leerlingen is van groot belang omdat dan snel een juiste aanpak kan worden gevonden. Een leerling die extra zorg nodig heeft, krijgt altijd een persoonlijke mentor. Daarbij wordt gekeken welk type docent het beste bij de betreffende leerling past.''

Docenten, mentoren en eventueel een zorgcoördinator maken in leerlingbesprekingen gezamenlijke afspraken over de begeleiding die een bepaalde leerling nodig heeft. Een voorbeeld van een school:

''In de effectieve leerlingbesprekingen komt alle informatie over een leerling bij elkaar. Alle docenten van een klas gaan met elkaar in gesprek over een leerling die in hun ogen een duidelijk signaal afgeeft. Geprobeerd wordt om een gelijke aanpak van zo'n leerling af te stemmen, in de overtuiging dat wanneer een leerling 32 uur in de week op dezelfde wijze benaderd wordt, er absoluut effect bereikt zal worden. Elke afspraak over een leerling leidt tot gerichte actie in de klas. Wanneer bijvoorbeeld een leerling moeite heeft met het structuren en plannen van werk, dan zullen alle betrokken docenten bij elk vak dezelfde aanpak hanteren, om zo deze leerling binnen afzienbare tijd (vaak al in zes weken) een stap verder te helpen. Op dezelfde wijze kan een leerling met een laag zelfbeeld of grote onzekerheid, bijvoorbeeld door regelmatige bemoediging door elke docent, zich meer gewaardeerd gaan voelen en mogelijk betere leerprestaties krijgen.''

''Zoveel mogelijk wordt geprobeerd mentoren meerjarig te koppelen aan een klas. Vooral bij de overgang naar het examenjaar wordt dat belangrijk gevonden: “leerlingen moeten zich in zo'n cruciaal jaar gesteund voelen door iemand die ze goed kent”.".

 ''Wij hebben een 'warme overdracht' voor elke leerling op de verschillende belangrijke momenten:

  • van de basisschool naar de eerste klas: de mentor bespreekt elke leerling met de achtste-groep-leerkracht; ook later in het eerste schooljaar hebben mentor en achtste-groep-leerkracht contact.
  • van de onderbouw naar de bovenbouw: de mentor neemt elke leerling door met de betreffende bovenbouwmentor. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens uit het digitale schoolinformatiesysteem en van andere beschikbare informatie, zoals verslagen van gesprekken met ouders en met leerling gevoerde gesprekken.'' 
De school zorgt voor een samenhangende aanpak en stimuleert uitwisseling en afstemming tussen docenten over pedagogisch-didactische aanpakken .De school kan tijd voor overleg inplannen waarbij docenten werkvormen bespreken en uitwisselen die ze tijdens de les hebben gebruikt, om zo tot afstemming van succesvolle werkvormen te komen.  Het overleg kan bijvoorbeeld plaatsvinden tussen vaksectiegenoten of leden uit een havo-team. Dit citaat geeft een voorbeeld:"Docenten krijgen de gelegenheid om te oefenen/experimenteren met specifieke werkvormen of aanpakken en afdelingsleiders brengen deze docenten vervolgens bij elkaar om de werkwijzen te bespreken. Er is aandacht voor rendement en werkwijzen om met verschillen om te gaan."

Contactpersoon